Index

Relatiemagazine

InTouch

dec 2010

In samenwerking met:

Jeannette Jonker

Opdrachtgever:

 

Voor InTouch, het relatiemagazine van de Verloskunde Academie, verzorgde ik een aantal artikelen en de eindredactie.

 

Lees hier het artikel Verloskunde studeren toen en nu of download de pdf van het hele magazine.

 

Carla Droog: ‘We hingen aan de lippen van dr. Klomp’

Verloskundige Carla Droog (56) studeerde van 1973-1976 aan de Kweekschool
voor Vroedvrouwen aan de Camperstraat in Amsterdam. Met een goed gevoel kijkt zij terug op haar opleidingsjaren.

‘Een dochter van kennissen was verloskundige. Ik logeerde daar weleens en maakte haar mee tijdens haar werk. Ze inspireerde me. Zelf wilde ik een zelfstandig, medisch beroep zonder al te lange studie. De driejarige opleiding tot verloskundige leek me wel wat. Ik gaf me op en er volgde een aantal kennismakingsgesprekken met onder andere de directeur, dr. Klomp. Op basis van die gesprekken werd ik aangenomen. De geruchten gingen, dat je tegen
haar vooral niet moest zeggen dat je zo van baby’s hield, want dan moest je maar kraamverzorgster worden.’
‘Het onderwijs was heel schools. We zaten van negen tot vijf in de schoolbanken te luisteren naar theorie. Soms was het saai, maar niet bij de vakken gynaecologie en verloskunde. We hingen aan de lippen van dr. Klomp en dr. Ferwerda. De verhalen die zij vertelden uit de praktijk verslonden we. Het contact tussen docenten en leerlingen was formeel, maar ook laagdrempelig.’

‘Twee weken school wisselden af met twee weken praktijk. Als leerlingen draaiden we een hele verlosafdeling: zwangeren, bevallingen en kraamvrouwen. Samen met tweede- of derdejaars waren we verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de afdeling. Dat was wel een groot verschil met hoe het nu gaat. Wij liepen geen stage, maar draaiden meteen volledig mee. Hoeveel baby’s heb ik daar niet gebaad, hoeveel vrouwen gewassen? Het was natuurlijk een andere tijd, maar we leerden het vak wel goed. En we werden er een zeer homogene groep van.’
 

Een hechte club
‘Dat we allemaal intern woonden, was leuk. We gingen helemaal voor het vak, de rest was bijzaak. We zaten met elkaar in de schoolbanken, werkten samen en woonden samen. Een hechte club vormden we daardoor. Als je een extra vroege dienst had, maar het was rustig, lieten medeleerlingen je uitslapen en werd je om zeven in plaats van vijf uur gewekt met een kopje thee.’
‘Met zijn twaalven studeerden we in 1976 af. De meesten zie ik nog. Twintig en vijfentwintig jaar na ons afstuderen hebben we een reünie georganiseerd. Volgend jaar is dat vijfendertig jaar geleden, dan doen we weer een poging.’
‘De studenten die ik later zelf in mijn praktijk begeleidde, gaan er net zo hard
voor als ik altijd deed. Ze hebben dezelfde liefde voor het vak, maar ik zie wel
dat ze veel meer zelf moeten uitzoeken en schrijven. Ze hebben meer theorie
te verstouwen, dat is verbonden aan de tijd. Technologische ontwikkelingen
hebben een enorme vlucht genomen. Er bestaan meer ziektes. Aids bestond
bijvoorbeeld niet toen ik begon te werken. Nieuwe verloskundigen
hebben veel meer knowhow van bijzondere dingen.’
‘Met de ontwikkelingen is er ook een andere bevallingscultuur gekomen.
Mensen lijken banger te zijn dat er iets misgaat. Claimen meer en willen een
bevalling net zo kunnen plannen als hun carrière. Het zou jammer zijn als de thuisbevalling hierdoor, en door de conclusies uit de recent verschenen rapporten, gaat verdwijnen. Aan de andere kant: toen ik studeerde dacht men ook al dat de thuisbevalling zou verdwijnen. Het verschil met de discussie nu is, dat het lijkt alsof er een hetze tegen verloskundigen gestart is. Als ik de berichten over het onderzoek lees, staat het zo ver van me af. Hoeveel, tijdens de bevalling, overleden baby’s zo ik –afgaand op het rapport- niet gehad moeten hebben in mijn loopbaan? Ik heb er gelukkig nog nooit één gehad.’

Ylan de Waard: ‘Je merkt dat iedereen zijn vak met passie uitoefent\\\'

’Ylan de Waard (38) werkte als jurist. Omdat ze niet alleen met haar hoofd,
maar ook met handen en hart wilde werken, bezocht ze vier jaar geleden een
open dag van de verloskunde academie. ‘Vanaf dat moment wilde ik niks
anders meer dan verloskundige worden.’

‘Eigenlijk had ik al tien jaar de wens om verloskundige te worden. Aan het einde
van mijn rechtenstudie raakte ik zwanger van mijn eerste kind. Toen ik bij de verloskundige zat, realiseerde ik me dat ik misschien het verkeerde beroep gekozen had. Ik nam mijn gevoel niet serieus, dacht dat alle zwangere vrouwen het liefste verloskundige wilden worden ‘Ik kreeg nog twee kinderen. De wens om verloskundige te worden, bleef aanwezig. Op mijn vijfendertigste voelde ik zo sterk dat ik iets anders moest gaan doen, dat ik de open dag in Amsterdam bezocht heb. Ik liep de school binnen en voelde meteen: deze opleiding ga ik doen. Het was alsof ik thuiskwam. Ik wilde en zag niks anders meer. Ik ben mijn certificaten voor biologie en scheikunde gaan halen en op mijn vijfendertigste begon ik met de opleiding.’
‘De opleiding is zwaarder dan ik van tevoren dacht. Vooral het eerste jaar vond ik heel erg heftig. Je moet onder grote druk, soms met weinig slaap, een grote berg theorie verstouwen én helder blijven nadenken in de praktijk. Je bent dan wel 60 tot 70 uur per week met school bezig. De opleiding vereist veel samenwerking. Ook dat is niet altijd makkelijk, maar het is wel leerzaam. Later werk je ook met andere zorgverleners samen.’
‘De sfeer op school is open en prettig. Omdat het gebouw klein is, lopen docenten en studenten elkaar makkelijk tegen het lijf. Je merkt dat iedereen zijn vak met passie uitoefent. Er wordt veel besproken. Het contact tussen docenten en studenten is niet hiërarchisch.’
 

Grenzen stellen
‘Een paar jaar geleden was ik op weg naar een oudergesprek. Ik had hard gewerkt en was moe. In de haast reed ik met volle vaart een stilstaande file in. De auto was total loss, ik gelukkig niet. Het was een moment van bewustwording, waarin ik me realiseerde: ik moet grenzen gaan stellen. Zes dagen en drie nachten achter elkaar werken is niet veilig. Op de academie
leren we dat gelukkig ook. Met een hoge werkdruk heb je nu eenmaal te
maken als verloskundige, maar het is juist professioneel om in te zien wanneer je te moe bent om nog op een veilige manier een bevalling te begeleiden.’
‘Uit de recente berichten over de Nederlandse bevallingscultuur herken ik dat de
overdracht van de eerste- naar de tweedelijnszorg niet altijd optimaal verloopt.
Jammer is het wel, dat het nu lijkt alsof thuis bevallen onverantwoord is. Ik vind
dat er goed onderzocht moet worden hoe we de zorg voor zwangere vrouwen optimaal kunnen maken.’
‘Nog maar even en dan ben ik klaar met de opleiding. Ik heb veel zin om echt aan de slag te gaan. Van het begeleiden en steunen van zwangere vrouwen word ik nou eenmaal heel blij. Had ik in mijn vorige baan altijd het gevoel dat ik met iets marginaals bezig was, nu voel ik me dicht bij de kern en de zin van het leven. Elke dag weer stap ik met plezier uit mijn bed.’

Download relatiemagazine